Lotgenoten (Oog)trombose

Lotgenotengroep TromboseNL
Lotgenotencontactpersoon: Ron Prins
Facebook TromboseNL

Verschijnselen oogtrombose

In het netvlies* van onze ogen bevinden zich zowel aders als slagaders. Soms komt het voor dat een bloedpropje (trombose) één of meerdere van die aders of slagaders afsluit. Zit er een stolsel in de ader van het oog, dan spreken we van veneuze oogtrombose (of veneuze retinatrombose). Een bloedpropje in de slagader van het oog noemen we arteriële oogtrombose (of arteriële retinatrombose).

* Een ander woord voor netvlies is de retina. Het is het vlies aan de achterkant van het oog waar zich alle cellen en zenuwen bevinden die je nodig hebt om te zien.

Trombose in het oog

Veneuze oogtrombose
Een bloedpropje in de ader van het oog kan de volgende klachten geven:
•vermindering van het zicht in 1 oog (vaak pijnloos)
•plotseling ontstaan van vlekken of lichtflitsen (al dan niet in combinatie met vermindering van zicht)

Een veneuze oogtrombose komt het meest voor bij ouderen (die vaak diabetes en/of hoge bloeddruk hebben). De vermindering van zicht is meestal het gevolg van vochtophoping in het netvlies. Er kan echter ook sprake zijn van zuurstofgebrek. Is dit laatste het geval, dan is de kans op herstel van het zicht minder. Verder is het zo dat hoe minder uitgebreid het zichtverlies is, hoe beter de prognose en de kans op herstel is.

Arteriële oogtrombose
Een bloedpropje in de slagader van het oog kan de volgende klachten geven:
•plotselinge vermindering van zicht in 1 oog (pijnloos)

Een arteriële oogtrombose treedt meestal op bij mensen tussen de 50 en 80 jaar (die vaak diabetes en/of een hoge bloeddruk hebben). De belangrijkste oorzaak van een trombose in de slagader van het oog is een losgeraakt stolsel vanuit een beschadigde vaatwand van de slagaders van de hals of vanuit het hart. Soms is er echter ook sprake van een ontsteking van de oogslagader (zogenaamde giant cell arteritis). Helaas is er meestal weinig herstel mogelijk van het zichtverlies.

Ervaart u 1 of meer van de beschreven klachten? Neem dan direct contact op met uw huisarts. Deze zal u zonodig doorverwijzen naar een oogarts. Een oogarts kan het onderscheid tussen een arteriële en veneuze oogtrombose vaststellen en daar de eventuele behandeling op aanpassen. Onderzoek naar hoge bloeddruk, diabetes en andere factoren die mogelijk hebben bijgedragen aan het ontstaan van de trombose is nodig om de kans op herhaling te verminderen.

Bron: Trombosestichting Nederland